Hoe breng je de geschiedenis van de Holocaust over op nieuwe generaties? Hoe maak je iets voelbaar dat zó onvoorstelbaar is? In maart 2025 bezochten veertig jongeren uit Den Haag samen met Imam Shamier Madhar, Rabbijn Asjer Waterman en onder begeleiding van het Nederlands Auschwitz Comité de voormalige concentratie- en vernietigingskampen Auschwitz1 en Auschwitz-Birkenau. Ze gingen in gesprek met elkaar. Hun verhalen laten zien: geschiedenis wordt pas écht als je er middenin staat. Isabelle Rowoud en Walter van Rossum schreven de ervaringen van twee jongeren, Eveline Reichrath, Mirza Yalçın, en van Imam Shamier Madhar en Rabbijn Asjer Waterman op.
Er waren meerdere redenen waarom ik ben meegegaan met de Jongerenreis, vertelt Asjer.
"Linda Clewits, de voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité had mij meegevraagd omdat zij deze Jongerenreis graag wilde maken met een Iman en een Rabbijn. Ik was nog nooit in Auschwitz geweest en wilde er eigenlijk wel naar toe. Dus dit was een mooie manier om er met jongeren te zijn en ook een bijdrage te kunnen leveren. Het is een mooi idee om Shamier, mijzelf en de jongeren te laten zien hoe we samen kunnen leren over de Sjoa, juist in een tijd van toenemende polarisatie. Hoe we samen kunnen herinneren. Ik ben wel benieuwd wat de reis met de jongeren doet. Of ze bewuster geworden zijn van wat racisme, uitsluiting doet.”
“Ik wilde het niet alleen weten. Ik wilde het voelen.” Voor Shamier was het al snel duidelijk dat hij mee wilde op deze reis. "Ik heb er veel over gelezen. En ook op school zijn er momenten geweest waarop ik ermee in aanraking kwam. Maar het bleef toch altijd iets wat ‘ver weg’ voelde. Daarom wilde ik deze reis zelf beleven. Niet alleen met mijn hoofd, maar vooral met mijn hart. Ik wilde zien, voelen en leren." Hij vertelt over het moment dat hem het meest raakte: "Birkenau II – die uitgestrekte spoorlijn. Iedereen kent het beeld van films of foto’s, maar als je daar staat... dan komt het pas echt binnen. Je voelt bijna fysiek het immense leed dat zich daar heeft afgespeeld. Het is haast niet te bevatten."
Eveline ging mee omdat ze wilde leren over de geschiedenis. "Ik wist dat het erg was, maar pas toen ik daar was, begon ik te beseffen hoe groot en hoe gruwelijk het echt was." Voor haar waren het de vitrines die het diepst raakten. "De haren. Al die schoenen. Je ziet ineens de sporen van échte mensen. Mensen zoals jij en ik. Het bezoek aan het kamp was ontzettend heftig."
Mirza herkende veel uit de geschiedenislessen op school. "We kregen les over wanneer het begon, hoeveel mensen zijn vermoord, de basis. Maar door er écht te zijn, kreeg ik een ander beeld. Het kwam veel harder binnen." Hij noemt de kamer met kinderschoenen als een van de meest confronterende plekken: "Zoveel kleine schoenen. Het drong ineens tot me door: dat waren kinderen. Zoveel kinderen."
Asjer: “Tijdens de reis, vooral tijdens de rondleiding door de kampen, heb ik qua informatie, gezien mijn eigen kennis over de Sjoa, weinig nieuws gehoord. De Sjoa speelt een rol in mijn familiegeschiedenis en ik heb een inhoudelijke bijdrage geleverd bij de totstandkoming van het museumboek van het Nationaal Holocaustmuseum. Wel heb ik veel indrukken meegekregen. Als je daar ben, dan komt de geschiedenis heel dichtbij. Dat was in het bijzonder het geval toen ik in de gaskamer in Auschwitz stond. Ik vroeg me af wat ze in hun laatste minuten gevoeld en doorgemaakt moeten hebben. Zou dat angst zijn geweest? Berusting misschien wel.
Voorafgaand aan de reis heb ik het boek Eindstation Auschwitz, mijn verhaal vanuit het kamp (1943 - 1945) van Eddy de Wind gelezen. Hij vertelt zijn verhaal over zijn verblijf in Auschwitz. Dat gaf extra context aan het bezoek, doordat het verhaal in je hoofd zit en je de plekke ziet die hij beschrijft. Tegelijkertijd loop je op plekken waar mijn eigen familie gelopen moet hebben. Ik vraag me dan echt af, hoe moet dat voor hen geweest moet zijn.”
“De herdenking met de jongeren in Auschwitz-Birkenau heeft mij diep geraakt”, zegt Asjer. “Een van de jongeren had een eigen krans meegebracht en bij het Nederlands monument neergelegd.
Ik heb het Jizkor uitgesproken, een gebed voor de zielenrust van overledenen. Het was een korte ceremonie waarbij iedereen een kaars aanstak. Om daar met al die jongeren van verschillende achtergronden, die om diverse persoonlijke reden hebben gekozen om naar Auschwitz te gaan samen te kunnen herdenken, was erg waardevol.”
Wat deze jongerenreis bijzonder maakte, was de ontmoeting tussen jongeren van verschillende achtergronden – en de open gesprekken die daaruit voortkwamen. Over geschiedenis, maar ook over het nu. "We hebben veel gepraat," zegt Eveline. "Over discriminatie, antisemitisme, uitsluiting. Hoe belangrijk het is om het gesprek te blijven voeren – juist ook met mensen die anders denken dan jij. Mensen uit andere bubbels."
Shamier sluit zich daarbij aan: "Uitsluiting begint vaak subtiel – in woorden, in grapjes, in beleid. Maar het eindigt ergens. En daar zagen we waar het kán eindigen. We moeten de menselijkheid blijven bewaken. Samen." Mirza voegt toe: "We hebben het gehad over de haat die Joden toen trof. Maar ook over hoe vergelijkbare patronen vandaag de dag weer opduiken. In Oekraïne, in Palestina… Je ziet hoe actueel het nog is."
Asjer: “We moeten ervoor waken dat de Sjoa niet verder gepolitiseerd wordt en daardoor zijn functie verliest. Leren van de geschiedenis kan alleen als je eerst echt leert over de gebeurtenissen Leren van de gebeurtenissen, kan alleen wanneer je eerst leert over de gebeurtenissen. Diepgaande kennis over wat er daar gebeurd is, dat is waar het om zou moeten gaan. Dan wordt het onderdeel van hun eigen belevingswereld. De link met de huidige tijd maakt iedereen vervolgens zelf wel. Voor mij betekent dat, dat we ervoor zorgen dat we geen mensen worden die in staat zijn andere mensen dit soort gruwelijkheden aan te doen.”
Voor de jongeren is het duidelijk: de boodschap van Auschwitz is vandaag relevanter dan ooit. Eveline: "Het gebeurt vandaag de dag nog steeds. Misschien wordt de boodschap wel steeds belangrijker – het is niet onze oorlog, maar wel onze vrijheid."
Mirza: "Auschwitz is niet alleen geschiedenis. Het is een waarschuwing. Een spiegel."
Shamier: "Meer dan ooit. Kijk om je heen: polarisatie, wij-zij-denken, haat die zich verschuilt achter ‘meningen’. Auschwitz is het uiterste voorbeeld van wat er gebeurt als je groepen mensen ontmenselijkt. Dat is niet iets van toen. Dat is iets van nu."
“Na het bezoek aan Auschwitz en Auschwitz-Birkenau hadden we een nagesprek”, vertelt Asjer. “Je merkt dat het bezoek aan de kampen de jongeren heeft geraakt, al is het niet altijd makkelijk daar woorden voor te vinden. De immense grootte van de gebeurtenissen maakt indruk. Dat iets als dit nooit meer mag gebeuren. We hebben het toen ook gehad over discriminatie en uitsluiting en in welke mate de jongeren dit in de huidige samenleving zelf ervaren. Daardoor voelt het verleden ineens heel dichtbij.”
Op de vraag wat er nodig is om van de geschiedenis te blijven leren, zijn ze duidelijk:
"Blijf het verhaal vertellen," zegt Shamier. "Neem mensen mee. Niet alleen letterlijk naar Auschwitz, maar ook in gesprekken, op scholen, online. Het moet gaan leven."
Eveline voegt toe: "Laat jongeren aan het woord die er zijn geweest. Zij kunnen als geen ander uitleggen waarom het belangrijk is." Mirza: "Je moet het voelen om het echt te snappen. Dat verandert hoe je kijkt naar de wereld."
Tot slot is er een duidelijke oproep aan andere jongeren: "Als je de kans krijgt: ga," zegt Shamier. "Maar ook als je er niet bent geweest, vertel het verder. Wees een brug. Deel wat je hebt geleerd – op school, thuis, online. Dat is hoe we bouwen aan een samenleving waar ‘nooit meer’ écht iets betekent."
“Wat ik de jongeren mee wil geven”, zegt Asjer? “Sla een brug, de geschiedenis is van ons allemaal. Voor mij is de Sjoa in eerste instantie een persoonlijke geschiedenis, een sterk Joodse geschiedenis. Maar het is bovenal een geschiedenis van de hele mensheid. Een voorbeeld van waar discriminatie, uitsluiting, in het uiterste geval toe kan leiden. We hebben er allemaal, ieder op onze eigen manier, mee te maken.”
Vanaf 1986 organiseert het Comité reizen naar Polen. Eerst om de twee jaar, maar wegens enorme belangstelling wordt deze reis vanaf 1998 jaarlijks in november gehouden.
Tijdens de zes daagse reis naar Polen bezoeken de deelnemers Warschau, Auschwitz I en II, Majdanek en Sobibor.
Foto-impressie van de reis naar Polen.
Fotograaf: Joost Guntenaar